Boekenweek Essay 2014 Toyota

Later op de dag, na mijn tweede lezing – opnieuw een moeizame sessie – was er een borrel, georganiseerd door de Nederlandse groep. Mijn aanwezigheid was niet verplicht, maar werd van mij als hoerdier eigenlijk wel verwacht. Hoe dan ook, er was gratis alcohol, en daar was ik wel aan toe. Ik zorgde dat ik vijf minuten voor aanvang bij de borrel aanwezig was. Een geamuseerde Filippijn gaf mij twee glazen wijn, die ik in één keer opdronk. Ik was klaar voor de strijd.
De man met de vermiste muts kwam naar mij toe. Hij zei: ‘Ik heb goed nieuws en slecht nieuws. Het goede nieuws: mijn muts is terecht. Ik apprecieer dat je geholpen hebt met zoeken, werkelijk waar. Het slechte nieuws, als ik helemaal eerlijk ben...’ Hier liet de man een veelbetekenende stilte vallen. Zijn ogen priemden in mijn hoofd zoals alleen mannen die jarenlang keiharde besluiten hebben moeten nemen in boardrooms dat kunnen. ‘Als ik helemaal eerlijk ben,’ herhaalde de man om het dramatisch effect te vergroten, ‘uw eerste lezing was niet goed. Het verhaal was te anekdotisch, niet
verdiepend genoeg. En de foto’s die u erbij liet zien: dat kan beter. Echt waar. Ik heb nog wel wat tips.’ Ik beloofde de tips door te geven aan de fotograaf, die kort daarvoor een Zilveren Camera had gewonnen voor zijn nomadenproject, zoals ik er subtiel bij vermeldde. Maar deze mutsenman was niet van de subtiliteiten, of hij had nog nooit van de Zilveren Camera gehoord.

‘Moet je horen,’ vervolgde de man, terwijl hij een grote, zware hand op mijn schouder legde, ‘ik heb een vrindje die foto’s maakt. Het is een hobbyist, maar het zijn verdomd goede foto’s. Als je nou je reis opnieuw maakt, maar dan met mijn vrindje, die fatsoenlijke foto’s kan maken. Maakt je verhaal echt een stuk beter, dat kwam nu ook niet helemaal uit de verf. Kan hij je ook mee helpen.’
Terwijl de man zijn hand op mijn schouder hield, en verder vertelde over zijn vrindje, zette ik mijn oren uit. Dit is een handige eigenschap als je veel reist; soms is het beter om iemand helemaal leeg te laten lopen, dan hardhandig het gesprek van koers te laten veranderen. Soms kan je moeilijk weg uit een situatie, bijvoorbeeld als een zeer zelfverzekerde man zijn dikke worstenarm op je schouder legt. Ik heb het ook vaak gehad bij het interviewen van Russische officials. Aanvankelijk onderbrak ik hun monologen, waarna zij getergd korte en onbruikbare antwoorden gaven. En ik had hun wodka ook al afgeslagen! Later werd ik wijzer en liet ik zo’n man rustig zijn monoloog houden. Nadat ik een wodka achterover had geslagen en een augurk had gegeten, keek ik zo’n man aan en knikte af en toe op de juiste momenten, zonder te horen waar hij het over had – een handigheid van onschatbare waarde. In de tussentijd dacht ik aan andere dingen, bijvoorbeeld wat ik ging koken die avond, of nam ik rustig nog een augurk. Als de official na een halfuur was uitgepraat zette ik de recorder aan en startte ik het echte interview.

De man was tevreden dat hij zijn zegje had kunnen doen, en ik zat met een man die zin had om te praten. Iedereen blij. De man ratelde verder over zijn vrindje, of god weet waarover, en ik moest denken aan de reis met Jeroen naar de Sami. De leider van de rendierbrigade had ons meegenomen naar zijn kudde, een paar uur reizen per rendierslee over bevroren meren en bevroren toendra. Op een meer stopten wij, en de rendierman en Jeroen vertrokken om de rendieren te zoeken. Ik bleef achter op het ijs.
Er stond geen wind, er waren geen vogels, nergens was een spoor van beschaving. Er waren zelfs geen bomen, alleen maar ijs, dat vloeiend overging in een melkachtige lucht. Voor de eerste keer in mijn leven maakte ik complete stilte mee. Het was zo stil dat ik het bloed door mijn aderen hoorde stromen. Die twintig minuten totdat Jeroen en de rendierhouder terugkwamen waren angstig en fantastisch tegelijk.

Ik werd uit mijn gedachten gehaald toen de man zijn arm van mijn schouder haalde, en onmiddellijk drong een vrouw zich aan mij op. Zij stelde me wat impertinente vragen over mijn zus Aaf, die ze alleen maar kende als columnist uit de Volkskrant. Toen ik daar geen antwoord op gaf vertelde ze dat zij zelf geen cent te makken had, maar dat een rijke vriendin de reis had betaald. Ze wees naar een vrouw in de hoek van de zaal met een indrukwekkend permanentje, dat deed denken aan de boeg van een ijsbreker.
‘Dit is de eerste borrel deze reis, na acht dagen pas. Dat vind ik raar, het is toch beter om meteen zo’n borrel te organiseren om elkaar te leren kennen? Dat is vanwege jou, weet je dat? Ze hebben gewacht tot jij aan boord was, wat vind je daar nou van?’
Een man met een rode broek kwam naar me toe. Ik griste gauw nog een glas met drank van het dienblad, en pas na de eerste slok proefde ik dat het rode wijn was. Rode wijn, witte wijn, remvloeistof: het kon me allemaal niet schelen, zolang er maar alcohol in zat. Ook de rode broek bracht meneer Rolstoel ter sprake. ‘Die man die heurt niet op de eerste rij! Achter hem zat toevallig een vrindje van mij, en die kon niets zien. Niets! Overigens had je lezing wel wat meer verdiepend kunnen zijn. Wij zijn belezen mensen,
misschien kan je daar wat meer rekening mee houden.’

Zodra de drank op was dook ik het dek op, dit keer was er niemand. De zon stond hoog aan de hemel. De kustlijn was niet meer te zien. Nu pas zag ik de reddingssloepen. Ik vroeg mij af hoe lastig het was om zo’n sloep omlaag te takelen. Op het personeelskanaal had ik gezien dat er blikken met drinkwater aan boord waren, en scheepsbeschuit. Even zag ik de rug van een walvis boven komen, maar zijn staart liet hij niet zien. Wel kwam er wat lucht uit zijn spuitgat. Met mijn dronken hoofd vroeg ik me af of hij een boodschap bracht en zo ja, wat die boodschap dan was.

Tijdens de Boekenweek (8-16 maart) is het boekenweek essay voor 2,50 euro te koop in de boekwinkel.

Boekenweek­essay

Natuurlijk van Jan Terlouw

Een ode aan de natuur en een pleidooi voor duurzaamheid.
Vanaf 10 maart voor maar € 3,50 in de boekwinkel.

Nog altijd vindt Jan Terlouw Nederland een van de mooiste landen van de wereld. Het groen, het water, de dijken, de jagende wolken, de wisseling der seizoenen, het fascineert hem mateloos. Maar hij is ook bezorgd, want de natuur is in gevaar. De klimaatverandering is een feit. Het is niet te laat, maar het is wel de hoogste tijd voor drastische maatregelen. Natuurlijk is een ode aan de natuur en vurig pleidooi om de aarde in betere staat achter te laten voor volgende generaties.

Jan Terlouw (1931) werkte jaren als natuurkundige, voordat hij in 1971 besloot de politiek in te gaan. Hij was onder meer fractievoorzitter van D66 in de Tweede Kamer, vice-premier en minister van Economische Zaken. Tijdens zijn rijke politieke carrière was hij ook zeer succesvol als jeugdboekenschrijver (Lemniscaat). Hij schreef onder andere de klassiekers Koning van Katoren (1971) bekroond met de Gouden Griffel, Oorlogswinter (1972) en Briefgeheim (1973) dat eveneens een Gouden Griffel won. Samen met zijn dochter Sanne publiceerde hij sinds 2006 onder andere zes Reders & Reders-thrillers. Ter gelegenheid van zijn 85ste verjaardag verschenen eind 2016 twee titels over het klimaat: het jeugdboek Het hebzuchtgas en de novelle Kop uit ’t zand. Terlouw hield hierbij een hartstochtelijk pleidooi in De Wereld Draait Door, dat miljoenen keren bekeken is en door jong en oud is omarmd.

Jan Terlouw in DWDD

Vrijdagavond 12 mei was Jan Terlouw te gast bij De Wereld Draait Door. Hij vertelde daar over het belang van de natuur, het onderwerp waarover hij voor Boekenweek 2018 het essay zal schrijven.

Eerste reacties Jan Terlouw

 

Comments

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *